Afspraken over gevolgen thuiswerken tussen België en Nederland

 

Inmiddels hebben ook België en Nederland afspraken gemaakt over de belastingheffing over salaris van werknemers die nu niet in hun gebruikelijke werkland kunnen werken vanwege de coronacrisis.

 

Helaas lijken deze afspraken expliciet alleen van toepassing te zijn op het verrichten van arbeid in loondienst bij een privaatrechtelijke werkgever en op situaties waarin iemand een tijdelijke socialezekerheidsuitkering ontvangt in verband met ziekte, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid of overtolligheid en de dienstbetrekking nog doorloopt.

 

Dit betekent dat er op dit moment nog geen duidelijkheid is voor medewerkers van publiekrechtelijke universiteiten die vanwege de coronacrisis in hun woonland moeten werken. Hoofdregel voor salaris dat van een publiekrechtelijke werkgever wordt ontvangen is dat de belastingheffing in de bronstaat plaatsvindt. Maar veel belastingverdragen (ook dat tussen België en Nederland) kennen een uitzondering op deze bronstaatheffing wanneer de werkzaamheden in het woonland worden verricht en de werknemer óf de nationaliteit van het woonland heeft óf lokaal is aangeworven. Voor deze groep blijven de fiscale gevolgen van het thuiswerken in verband met de coronamaatregelen nog onduidelijk.

 

Voor werknemers in privaatrechtelijke dienstbetrekking hebben België en Nederland de volgende afspraken gemaakt.

 

 

Thuiswerkdagen

Voor zover de thuiswerkdagen uitsluitend het gevolg zijn van de maatregelen die de Nederlandse of Belgische regering heeft getroffen om het coronavirus te bestrijden mogen deze thuiswerkdagen fictief worden toegerekend aan het ‘gewone’ werkland.

 

Deze fictie kan niet worden toegepast op werkdagen die de grensarbeider normaal (dus zonder coronacrisis) thuis of in een derde staat zou werken.

 

Dit betekent dat de fictie ook niet kan worden toegepast door grensarbeiders die in overeenstemming met hun arbeidsovereenkomst, normaal gesproken hun werkzaamheden vanuit thuis verrichten.

 

Als een grensarbeider van de fictie gebruik maakt, geldt de verplichting om die fictie in beide landen consistent toe te passen én moeten de nodige gegevens worden bijgehouden. Dit laatste kan bijvoorbeeld door een schriftelijke bevestiging van de werkgever waaruit blijkt welke thuiswerkdagen uitsluitend het gevolg van de coronamaatregelen zijn.

 

Bij toepassing van de fictie gaat de grensarbeider ermee akkoord dat de betreffende inkomensbestanddelen daadwerkelijk worden belast in het land waar de werkzaamheden zouden zijn verricht als er geen coronacrisis was.

 

De fictie geldt voor de periode van 11 maart 2020 tot 31 mei 2020. Vanaf 31 mei kan de fictie verlengd worden tot het einde van de volgende kalendermaand.

 

 

Thuisblijven zonder te werken met doorbetaling van salaris

In dat geval wordt voor de toepassing van het belastingverdrag uitgegaan van het normale werkpatroon wanneer:

  • de werknemer één of meer dagen die normaal werkdagen zouden zijn, thuisblijft zonder te werken; en
  • de werknemer nog steeds salaris ontvangt van de werkgever (al dan niet ondersteund door de NOW).  

 

 

Thuisblijven zonder te werken met recht op een Belgische tijdelijke werkloosheidswet

Inwoners van Nederland die in België werken en door de coronamaatregelen niet kunnen werken, hebben onder voorwaarden recht op Belgische tijdelijke werkloosheidsuitkeringen. Als de dienstbetrekking in stand blijft, dan is deze uitkering belast in de staat waar het salaris voorheen was belast. Hiervoor is het gebruikelijke werkpatroon van vóór de coronacrisis van belang. 
Datum laatste wijziging: 19/05/2020